Kattankudy

Jeevananda Ashram

De Jeevananda Ashram in Kattankudy is onderdeel van de congregatie van de Messengers of Jesus. Deze kleine congregatie werd in de zeventiger jaren gesticht door de inmiddels overleden Fr.S.L. Marianayagam S.J. Er zijn nog verschillende centra aan de oostkust van Sri Lanka en in India. Sr Helen staat aan het hoofd van de Ashram in Kattankudy, bijgestaan door vrijwilligers, zoals Sr Stella en Amma – een niet- religieuze weduwe die hier al ruim 25 jaar werkt. Sr Helen spreekt alleen Tamil, Sr Stella spreekt Tamil en Singalees en tijdfens werkbezoeken spreekt de chauffeur Singalees en Engels.Eens per week komt er een vrijwilliger die voor vertaling van onze vragen zorgt, al heeft dat geen prioriteit, want zowel de kinderen als het agrarische bedrijf vragen veel zorg en aandacht.

De charismatische en imposante Father Marianayagam had een droom: aan ashram waar iedereen in harmoniet kon leven met elkaar en met de natuur, waar kinderen eerbied en verwondering kregen voor de schepping, met herten en pauwen voor de aardigheid en bloemen in overvloed, maar natuurlijk ook met ‘nuttige dieren en groenten die zouden helpen in hun levensonderhoud te voorzien.

Kattankudy ligt aan de kust en na alle ellende veroorzaakt door de burgeroorlog (er wonen overwegend Tamils), heeft de ashram ook te lijden gehad van de tsunami van 26 december 2004. Mensenlevens zijn gespaard gebleven, maar het terrein is verzilt en een deel van de gebouwen is ernstig beschadigd geraakt, vrijwel alle dieren zijn omgekomen, waarmee de inkomsten drastisch werden verkleind. De meeste dieren zijn niet verdronken, maar hadden volgens de buitenlandse hulporganisaties ‘geen recht’ op (overigens heel goedkope) waterzuiveringstabletten en kwamen dus om van dorst of door slecht water. Door de inzet van velen uit Sri Lanka en Nederland is inmiddels de situatie weer leefbaar.

De Ashram biedt onderdak aan zowel jongens als meisjes, die niet thuis kunnen wonen en die door de kinderbescherming (Probation) hier naartoe verwezen worden. Om in hun onderhoud te kunnen voorzien, is er op het terrein een nu nog maar bescheiden agrarisch bedrijf, oorspronkelijk bedoeld om de kinderen structuur te bieden, verantwoordelijkheid te leren en gelegenheid te bieden om ervaring op te doen in de moestuin en het voederen en verzorgen van de dieren (koeien, geiten, varkens, kippen, eenden, konijnen en parkieten). Op die manier zouden ze ervaring opdoen die ze later, terug in hun dorp, goed zouden kunnen gebruiken. kinderbescherming heeft hieraan een einde gemaakt omdat ze het als ‘kinderarbeid’ beschouwden. Nu draait het bedrijf in afgeslankte vorm met behulp van een tuinman en de inwonende volwassenen. De opbrengst van het boerenbedrijfje wordt geheel voor de kinderen gebruikt. Van de droom is weinig over, de tuin geeft wat groente, de cashewboom levert met een bescheiden oogst een even bescheiden financiële bijdrage )al moeten ze daarvoor een cobra op het terrein dulden die ook dol is op cashews), de kippenhokken zijn ingestort na de tsunami en nu is alle hoop gevestigd op het fokken en verkopen van varkens – een curieuze bezigheid in een overwegend moslimgebied, die toch winstgevend schijnt te zijn.

De kinderen zijn uit huis geplaatst door de kinderbescherming omdat ze wees of half wees zijn ten gevolge van ziekte van de ouders of de tsunami, omdat de ouders in de gevangenis zitten, verstandelijk beperkt of mentaal niet op orde zijn. De kinderen verblijven er meestal maar kort, tot een oplossing in een gezinssituatie is gevonden. De opgenomen kinderen hebben niet allen dezelfde achtergrond. Wat zij wel gemeen hebben is armoede en vaak ook traumatische ervaringen. De Ashram probeert voor deze kinderen een tweede thuis te zijn. Ze gaan vanuit het centrum naar school, krijgen een liefdevolle en goede opvoeding, begeleiding bij hun huiswerk en zo nodig bijlessen.

Hoewel het voor de kinderen belangrijk is dat ze weten dat er iemand is die om hen geeft ook al is dat in de vorm van een verre schrijfouder, is het voor de schrijfouders vanuit Nederland vaak moeizaam om contact te onderhouden. Ze krijgen weinig terug en voor je het weet is het kind weer thuis geplaatst en komt de vraag of je een paar maanden contact wilt hebben met een nieuw kind. De Stichting wil nu een algemeen studiefonds opzetten waaruit de kinderen die in de Ashram verblijven worden gesteund, zolang ze er onderdak hebben. En als er mensen schrijfouder willen worden of blijven, is dat natuurlijk geweldig. Je kunt – ook een korte tijd – echt iets betekenen voor deze beschadigde kinderen.



Gerealiseerde projecten

In het verleden is de bouw van kippenhokken gefinancierd door inspanningen van het Samenwerkingsverband van doopsgezinde gemeenten in Noord West Groningen met een aanvulling van doopsgezind WereldWerk. Het gebouw moest na een paar jaar weer afgebroken worden omdat jeugdzorg (Probation) bedacht dat ze te dicht bij de slaapzalen lagen.

Er waren problemen met krokodillen die na de tsunami in de vijver op het terrein verzeild geraakt waren. Krokodillen zijn beschermde dieren, dus er kon niets aan gedaan worden, maar Jeugdzorg zou de Ashram verant- woordelijk houden als er iets met een kind gebeurde. De Stichting heeft toen de bouw van een muur om de vijver gefinancierd, maar de krokodil- len vertonen gelijkenis met het Monster van Lochness: ze zijn nooit meer gezien, maar dat zegt niet dat ze er niet zijn …..

In het verleden heeft Jeugdzorg bedacht dat de jongens in een apart on-derkomen zouden moeten slapen, maar de afstand tot het meisjesgebouw veranderde steeds, dus het was lastig om met de bouw te beginnen. Toen er meer duidelijkheid kwam, heeft de Stichting een bijdrage geleverd.

Annelies Clements heeft toen zij contactpersoon was, per computer bijles Engels gegeven. De Stichting zorgt met behulp van schrijfouders voor de salarissen van bijleslearessen. Dat gaat om een bedrag van € 1000,- per jaar.

Nog niet geraliseerde projecten

2016/17 Er is een varkenshok gebouwd, maar dat is te klein. Plannen voor een groter hok waren onbetaalbaar en wat megalomaan, dus er is gevraagd om een nieuw ontwerp voor een kleiner hok zonder gebruik van astbest, maar met begroting. Tijdens het werkbezoek van de voorzitter in juli 2017 is een nieuw plan geboren: er worden hekken geplaatst in het hok zodat het in compartimenten verdeeld kan worden en de pasgeboren biggen veilig kunnen opgroeien. Ook word het hek in de omringende muur verstevigd en de openingen in het dak worden beveiligd tegen diefstal. Er wordt een afvoergoot voor mest aangelegd en er komt een septic tank om de mest in op te vangen. Dit zal binnenkort worden gerealiseerd. Dit is een betrekkelijk eenvoudige verbetering en in een later stadium kan er een deel aan het varkenshok worden bijgebouwd.